Home / Artikelen

Museum in Joure bestaat 50 jaar: zo begon de Friese koffiegeschiedenis

Het pak Douwe Egberts in je keukenkast heeft een Fries adres als oorsprong. In Joure, waar het merk in de achttiende eeuw begon, staat Museum Joure, en dat museum bestaat dit jaar vijftig jaar. Op zaterdag 3 oktober viert het dat met een feestdag waarop de toegang gratis is en de oude koffiebrander gewoon aanstaat. Een mooi moment om terug te kijken op hoe een dorpswinkeltje uitgroeide tot een van de bekendste koffiemerken van het land, en om te bedenken of je zaterdag niet even naar Friesland rijdt.
Oude koffiebrandmachine van Douwe Egberts in Museum Joure
Beeld: Museumspoor via YouTube
Inhoudsopgave

Van winkel in koloniale waren tot wereldmerk

Volgens de Nederlandse Wikipedia begon het allemaal op 11 maart 1753. Egbert Douwes en zijn vrouw Akke Thysses verhuisden toen van Idskenhuizen naar het nabijgelegen Joure en openden daar een winkel in koloniale waren. Ze verkochten kruidenierswaren, chocolade en gedroogde zuidvruchten, en natuurlijk koffie en thee.

In 1780 nam zoon Egbert Douwes junior de zaak over. Zijn naam draagt het bedrijf nog altijd, alleen in omgekeerde volgorde. Douwe Egberts was dus geen achternaam, maar een aanduiding dat Douwe de zoon van Egbert was, legt de regionale krant Groot Fryslân uit. De familie nam pas in de tijd van Napoleon, toen iedereen een achternaam moest kiezen, de naam De Jong aan.

Onder de zoon groeide het bedrijf buiten Joure. In 1919 kwam er een tweede vestiging in Utrecht, vanwege de centrale ligging in het land, en na de Tweede Wereldoorlog volgden vestigingen in onder meer Frankrijk, Spanje, Denemarken en België. Wat er daarna gebeurde, ken je misschien uit je eigen keuken. In 2001 introduceerde het bedrijf de Senseo, en tegenwoordig is Douwe Egberts onderdeel van JDE Peet’s, dat eind 2019 ontstond uit een fusie met Peet’s Coffee. Dat het merk in 2026 nog steeds op elke Nederlandse supermarktplank staat, terwijl het zo vaak van eigenaar wisselde, vinden wij eerlijk gezegd knap.

Zo begon het museum

Museum Joure opende op 1 juli 1976 als het Johannes Hessel Huis, in het oude pakhuis van Douwe Egberts. Dat schrijft het museum zelf op zijn jubileumpagina. Het gebouw was vernoemd naar Johannes Hessel de Jong, een nazaat van de familie die van 1948 tot 1963 directeur van het bedrijf was. Op de begane grond kwam een vaste tentoonstelling over Douwe Egberts, en daarnaast was er ruimte voor een natuurmuseum en voor exposities met beeldende kunst.

Daarna groeide het museum stap voor stap. In 1980 kwam De Witte Os erbij, het eerste winkeltje van Douwe Egberts, dat nu de museumwinkel is. Later volgden panden van de voormalige metaalwarenfabriek Keverling en Midstraat 99, het woon- en bedrijfspand van de familie De Jong. Zo werd het een klein historisch industrieterrein met een drukkerij, een klokkenmakerij en een koffiebranderij. Het museum noemt zichzelf inmiddels een maakmuseum, omdat je er niet alleen ziet wat er gemaakt werd, maar ook hoe. In 2025 werd de tentoonstelling over Douwe Egberts helemaal vernieuwd.

Voor koffieliefhebbers is vooral de branderij interessant. Volgens het museum werkte koffiebrander Sipke jarenlang als melangeur, oftewel smakenmaker, bij Douwe Egberts. Nu brandt hij elke week drie eigen koffies in de museumbranderij, die je in De Witte Os kunt kopen.

Wat er zaterdag 3 oktober te doen is

De verjaardag zelf was op 1 juli, maar die dag werd bescheiden gevierd met gebak voor de vrijwilligers. Het grote feest is op zaterdag 3 oktober, omdat veel vrijwilligers en medewerkers in de zomer op vakantie waren. Het museum is die dag van 10.00 tot 17.00 uur gratis open. Op één workshop na zijn ook alle activiteiten gratis.

Een paar onderdelen die voor koffiedrinkers de moeite waard zijn.

  • Oud-medewerker Frans Tolsma vertelt over de ontwikkeling van koffie en zijn loopbaan bij Douwe Egberts.
  • De koffiebrander draait, dus je kunt zien, horen en ruiken hoe bonen gebrand worden.
  • De theezakjesmachine die bijna vijftig jaar bij Douwe Egberts draaide, maakt van thee, papier, staaldraad en katoen ruim honderd theezakjes per minuut.
  • In de Koffieproeverij test je of je de juiste koffie bij het juiste kopje kunt raden.
  • De Witte Os brengt speciaal voor het jubileum Jouster koffiebrokken uit.

Daarnaast zijn er historische wandelingen door Joure, demonstraties in de drukkerij en de klokkenmakerij, en kunnen kinderen taartjes versieren. Het museum waarschuwt dat het druk kan worden, omdat je geen kaartje hoeft te reserveren. Wordt het te vol, dan gaat het de toegang reguleren. Ga dus liever vroeg, of kies een rustigere dag. Gewoon op een doordeweekse dag is het museum bijna elke dag open, en dan zit er bij je toegangskaartje een kop koffie of thee inbegrepen.

Waarom een bezoek de moeite is

Je hoeft geen fan van Douwe Egberts te zijn om hier iets aan te hebben. Het verhaal van één winkel die uitgroeide tot een internationaal bedrijf, zegt veel over hoe koffie in Nederland een dagelijks ding werd. En wie thuis zelf zet, krijgt in de branderij een idee van wat er met een boon gebeurt voordat hij in je molen belandt. Wil je daar thuis zelf mee aan de slag, lees dan eerst waarom thuis koffiebonen branden zo vaak misgaat.

Aan het einde van het jaar verschijnt er nog een boek met interviews met mensen die in die vijftig jaar een belangrijke rol speelden in het museum. Voor wie Friesland niet om de hoek heeft, is dat misschien de manier om er toch iets van mee te krijgen.

Redactie NBPA

Lees meer over onze redactie en werkwijze.