Koffieboeren waarschuwen voor het klimaat: welke bonen je straks vaker ziet

Inhoudsopgave
De vraag die voor jou als thuisdrinker telt is concreter dan het klimaatdebat. Welke herkomsten lopen het meeste risico, en welke bonen kom je daardoor de komende jaren vaker tegen in de winkel?
Waarom boeren nu aan de bel trekken
Koffie is een meerjarig gewas. Een struik die je vandaag plant, levert pas na een paar jaar een volle oogst en gaat daarna tientallen jaren mee. Een boer die zich wil aanpassen aan een warmer klimaat, met schaduwbomen, irrigatie of andere variëteiten, moet dus ver vooruit beslissen en ook ver vooruit betalen. Dat geld hebben veel kleine boeren niet.
Fairtrade verhoogt daarom per 1 december 2026 de minimumprijs voor fairtrade-arabica met 11 procent en voor robusta met 8 procent, zo meldde Duurzaam Ondernemen in september. De nieuwe prijzen zijn gebaseerd op onderzoek naar de kostprijs bij 57 coöperaties in 13 landen en gelden voor bijna 900.000 boeren. Als reden noemt de organisatie extreem weer dat oogsten onvoorspelbaarder maakt en kosten die blijven stijgen. Die minimumprijs is een vangnet voor als de wereldmarkt inzakt, en moet boeren de ruimte geven om in aanpassing te investeren.
Welke herkomsten het kwetsbaarst zijn
Het meest geciteerde onderzoek naar waar koffie in de toekomst nog goed groeit, komt van onderzoekers van de Zürcher Hochschule für Angewandte Wissenschaften. Zij rekenden in 2022 met 14 klimaatmodellen en drie uitstootscenario’s door hoe geschikt de grond in 2050 nog is voor arabica, en publiceerden dat in PLOS One. Koffie kwam er van de drie onderzochte gewassen als kwetsbaarste uit, met negatieve gevolgen in alle grote productielanden.
Volgens dat onderzoek krimpt het oppervlak met de allerbeste groeiomstandigheden in de vijf grootste koffielanden in elk scenario met meer dan de helft. Brazilië, Vietnam, Indonesië en Colombia zien allemaal een achteruitgang. Lange droge seizoenen en hoge gemiddelde temperaturen zijn daarbij de grootste beperkingen, meer dan de bodem.
Voor je kopje betekent dat vooral iets voor de vertrouwde basis. Brazilië levert de bulk van de arabica in supermarktmelanges en is al langer gevoelig voor droogte en vorst, en Vietnam is de grootste leverancier van robusta, de boon die in veel capsules, pads en oploskoffie zit. Hoe gevoelig dat aanbod nu al is, zagen we toen Brazilië dit jaar minder robusta oogstte terwijl de arabica-oogst juist een record was.
Welke bonen je vaker gaat zien
Het onderzoek ziet ook winnaars. Op grote hoogte en op hogere breedtegraden worden de omstandigheden juist beter, omdat de koudste maanden minder koud worden. Het noemt onder meer het zuiden van Brazilië, Oost-Afrika en delen van China als gebieden waar de geschiktheid toeneemt. Daar zit een verschuiving in die je op termijn op het etiket kunt terugzien.
Drie ontwikkelingen liggen voor de hand.
- Meer robusta, en betere robusta. Robusta verdraagt warmte beter dan arabica en wordt daardoor aantrekkelijker voor boeren in warme laaglanden. Vietnam werkt al aan fine robusta, op kwaliteit geteelde robusta die je ook buiten de goedkoopste melange gaat tegenkomen.
- Hoger gelegen herkomsten. Bonen van berghellingen in Oost-Afrika, zoals Ethiopië, Kenia en Oeganda, en van hooggelegen gebieden in Latijns-Amerika krijgen er relatief gunstigere omstandigheden bij. Specialtybranders zetten die herkomst vaak met regio en hoogte op de zak.
- Nieuwe namen op de zak. Koffie uit landen die je nu nog zelden ziet, omdat de teeltgrens opschuift. Dat gaat langzaam, want een nieuwe plantage heeft jaren nodig voordat er een oogst ligt.
Wat je er nu van merkt, en wat je kunt doen
Op korte termijn merk je klimaatschade vooral via de prijs en via melanges die stilletjes van samenstelling veranderen. Een slecht jaar in een groot productieland trekt de wereldmarkt mee, zoals we eerder zagen bij droogte in Brazilië en nu weer volgen met de kans op een sterke El Niño. Dat zijn schommelingen. De verschuiving waar de boeren voor waarschuwen, gaat over tien jaar en verder.
Paniek of een voorraad inslaan heeft daarom geen zin. Wat wel helpt is opletten wat er op je pak staat. Een merk dat de herkomst, de coöperatie of de regio noemt, laat zien waar het inkoopt, en een keurmerk met een minimumprijs zoals Fairtrade geeft boeren meer zekerheid om te investeren. Wie nieuwsgierig is, kan nu al eens een zak uit Oeganda, een hooggelegen Keniaanse koffie of een goede robusta proberen. Wij vinden dat eerlijk gezegd de leukste kant van dit verhaal. De koffie van over tien jaar smaakt waarschijnlijk anders dan die van nu, en je kunt alvast proeven welke kant het op gaat.





