Koffie en je lever: wat een studie onder ruim 350.000 mensen laat zien

Inhoudsopgave
Wat de onderzoekers precies deden
De studie verscheen op 1 juli 2026 in het vakblad Clinical Gastroenterology and Hepatology en maakt gebruik van de UK Biobank, een grote Britse gezondheidsdatabank. Volgens het persbericht dat ScienceDaily overnam, ging het om 354.957 deelnemers die bij de start geen levercirrose of leverkanker hadden. Via hun medische dossiers werd bijgehouden wie in de jaren daarna cirrose of leverkanker kreeg, of aan een leverziekte overleed.
Dat aantal is de reden dat het onderzoek nu weer rondgaat (sommige berichten maken er ronde 400.000 van, maar in de studie zelf staat bijna 355.000). Het tweede deel maakt het interessanter dan de gemiddelde koffiestudie. Bij een deel van de deelnemers lagen ook MRI-scans van de lever en metingen van eiwitten in het bloed klaar. Zo konden de onderzoekers zien of koffiedrinkers niet alleen minder vaak ziek werden, maar ook een lever hadden die er op de scan anders uitzag.
De cijfers op een rij
Wie vijf of meer koppen per dag dronk, had in deze groep vergeleken met mensen die geen koffie dronken
- 32 procent minder kans op levercirrose;
- 47 procent minder kans op leverkanker;
- 42 procent minder kans om aan een leverziekte te overlijden.
Op de scans hadden koffiedrinkers minder vet in de lever, minder opgehoopt ijzer, minder littekenweefsel (fibrose) en minder tekenen van ontsteking. In het bloed vonden de onderzoekers meer eiwitten die bij een gezonde leverfunctie horen, en minder eiwitten die met ontsteking en verlittekening samenhangen.
Belangrijk voor wie geen vijf koppen haalt. Het gunstige verband begon volgens de onderzoekers al bij een of twee koppen per dag, en was het sterkst rond drie tot vier koppen. Meer is dus niet automatisch beter, en de onderzoekers zeggen er uitdrukkelijk bij dat ze niemand aanraden om naar vijf koppen op te schalen.
Ook cafeïnevrij telt mee
Een opvallend detail is dat cafeïnevrije koffie in deze studie hetzelfde beeld liet zien als gewone koffie. Ook bij mensen die suiker of zoetstof in hun koffie deden bleef het verband bestaan. Dat wijst erop dat het niet (alleen) om cafeïne gaat. Koffie bevat honderden stoffen, waaronder polyfenolen, en de onderzoekers willen nu uitzoeken welke daarvan verantwoordelijk kunnen zijn.
Voor de thuisbarista is dat goed nieuws op een praktisch punt. Wie ’s middags of ’s avonds liever geen cafeïne meer neemt, hoeft volgens deze cijfers niet het idee te hebben dat de decaf een slap aftreksel is zonder enige waarde. Eerder schreven we al over polyfenolen uit koffie en wat een kleine studie daarover wel en niet zegt, en die voorzichtigheid geldt hier net zo.
Wat deze studie niet zegt
Het onderzoek is observationeel. Dat betekent dat de onderzoekers keken naar wat mensen zelf aangaven te drinken en wat er daarna met hun gezondheid gebeurde. Zo’n opzet laat een verband zien, maar bewijst niet dat koffie de lever beschermt. Koffiedrinkers kunnen op andere punten verschillen van mensen die geen koffie drinken, en ook al corrigeren onderzoekers voor veel van die verschillen, helemaal uitsluiten lukt nooit.
De onderzoekers zijn daar zelf duidelijk over. Hoofdonderzoeker Ju Dong Yang zegt dat de bevindingen matig koffiegebruik ondersteunen voor mensen die er al van genieten en het goed verdragen. Iemand beginnen met koffie alleen om zijn lever te beschermen, raadt hij af. Preventie draait volgens hem om een gezond gewicht, weinig alcohol, genoeg bewegen en het in de gaten houden van bloedsuiker, bloeddruk en cholesterol. Koffie hoort daar hooguit naast, niet in de plaats van.
Daarnaast gaat het om Britse deelnemers. De UK Biobank is groot, maar de Britse manier van koffiedrinken (veel oploskoffie en filterkoffie met melk) is niet dezelfde als die van een Nederlander met een volautomaat of een V60. De studie maakt voor zover bekend geen onderscheid tussen zetmethodes, dus of jouw espresso of jouw filterkoffie meer of minder doet, valt er niet uit af te leiden.
Voor wie meer koffie geen goed idee is
De onderzoekers noemen ook een groep voor wie de uitkomst niet zomaar geldt. Mensen met een slecht ingestelde hoge bloeddruk, bepaalde hartritmestoornissen, ernstige angstklachten of slapeloosheid, of een andere aandoening waarbij cafeïne beperkt moet worden, doen er volgens hen goed aan eerst met een zorgverlener te overleggen voordat ze meer koffie gaan drinken. Hoeveel cafeïne voor een gezonde volwassene als veilig geldt, lees je in ons stuk over hoeveel kopjes koffie per dag veilig zijn.
En de temperatuur doet er ook toe, al gaat dat over een ander orgaan. Uit eerder onderzoek bleek dat heel hete koffie samenhangt met slokdarmkanker, dus even laten afkoelen blijft verstandig, wat je lever er ook van vindt.
Wat je er thuis mee doet
Eerlijk gezegd weinig, en dat is misschien de nuchterste conclusie. Drink je al graag twee tot vier koppen per dag en verdraag je dat goed, dan is er in deze studie geen reden om daarmee te stoppen, eerder het omgekeerde. Drink je geen koffie, dan is dit geen reden om ermee te beginnen. En wil je minder cafeïne, dan lijkt een goede cafeïnevrije boon een prima alternatief, zeker nu de kwaliteit daarvan bij branders flink beter is geworden dan de muffe decaf van vroeger.
Wat wel blijft hangen is hoe consistent het beeld inmiddels is. Studie na studie vindt een gunstig verband tussen koffie en de lever, en deze voegt er voor het eerst scans en bloedwaarden aan toe die laten zien waar dat verschil zichtbaar wordt. Het volgende onderzoek moet uitwijzen welke stof in de boon daarachter zit. Tot die tijd geldt wat voor elk kopje geldt, drink het omdat je het lekker vindt.





