Tevreden met je koffiemachine en toch willen wisselen: wat het onderzoek zegt

Inhoudsopgave
Wat Kearney onderzocht
Het rapport heet State of the Coffee Machine Industry en is gemaakt door het Product Excellence and Renewal Lab van Kearney. De onderzoekers ondervroegen meer dan 2.500 koffiedrinkers in West-Europa, de Verenigde Staten en China. Daarnaast haalden ze in hun lab in Amsterdam bekende koffiemachines uit elkaar om te zien hoe ze gebouwd zijn.
De hoofdconclusie is dat tevredenheid weinig zegt over trouw. Mensen wisselen niet omdat hun machine kapot of slecht is, maar omdat iets anders aantrekkelijk lijkt. Kearney noemt drie dingen die die overstap uitlokken: betere koffie, meer variatie en minder gedoe in de dagelijkse routine. West-Europa is volgens het rapport de grootste markt voor koffiemachines ter wereld, en die draait vooral op vervanging en op duurdere modellen.
Welke wens bij welk type machine past
Het rapport is geschreven voor fabrikanten, maar de drie motieven zijn ook een bruikbare vraag aan jezelf. Wil je wisselen, dan helpt het om eerst te weten welke van de drie je eigenlijk zoekt. Ze vragen elk om een ander apparaat, en je levert er telkens iets anders voor in.
| Wat je zoekt | Type dat daarbij past | Wat je ervoor inlevert |
|---|---|---|
| Betere koffie | Volautomaat met verse bonen, of een espressomachine met losse molen | Meer onderhoud, zoals ontkalken en de zetgroep schoonmaken; bij een espressomachine ook oefening |
| Meer variatie | Capsulemachine die meerdere merken accepteert, of een volautomaat met melksysteem | Bij capsules afval en een vaste prijs per kop; bij een melksysteem dagelijks schoonmaken |
| Minder gedoe | Pad- of capsulemachine, of een eenvoudige filtermachine | Minder invloed op smaak en sterkte |
De tabel laat ook zien waarom veel mensen na een overstap toch twijfelen. Wie van pads naar een volautomaat gaat voor betere koffie, krijgt er een apparaat bij dat aandacht vraagt. Hoe vaak en waarmee lees je in ons stuk over volautomaat ontkalken. Zoek je vooral variatie, dan maakt het veel uit hoeveel capsulemerken in je machine passen, zoals bleek bij de test van koffiecupmachines.
Meer knoppen is niet meer smaak
Het interessantste deel van het rapport gaat niet over kopers maar over de machines zelf. Bij het uit elkaar halen vond Kearney in vooral duurdere modellen veel complexiteit die niets toevoegt aan smaak of betrouwbaarheid. Volgens het lab kan het aantal onderdelen met tot 15 procent omlaag en kunnen de productiekosten 10 tot 15 procent lager, zonder dat de koper iets inlevert van wat hij belangrijk vindt. Partner Dominik Leisinger vat het samen met de zin dat groei niet meer gaat om meer bieden.
Voor jou als koper is dat een nuttige les. Een lange lijst programma’s, een app of een groot scherm zegt weinig over wat er in je kopje komt. Kijk liever naar de onderdelen die de koffie maken, zoals de molen, de temperatuur van het water en hoe makkelijk je de zetgroep en het melksysteem schoonhoudt. Bij de nieuwe volautomaat van Loewe zagen we hoe een fabrikant juist op zo’n onderdeel, een tweede molen, het verschil probeert te maken.
Eerst rekenen, dan wisselen
Het rapport zegt niet dat je moet overstappen, alleen dat veel mensen het overwegen. Wij zouden de vraag omdraaien. Staat er een machine die werkt en die je goede koffie geeft, dan levert een nieuwe pas iets op als hij precies die ene wens vervult die je nu mist. Wie vooral meer smaak wil, kan vaak ook al veel winnen met verse bonen, een betere maalgraad of een andere verhouding. Hoe dat per zetmethode zit, staat in ons overzicht van gram per kopje. En wil je weten of een duurdere machine zich terugverdient tegenover koffie halen, dan helpt deze rekensom.





