Gewoon een lekker bakkie wordt zeldzaam: zo zet je het thuis weer zelf

Inhoudsopgave
Wat je nodig hebt
- Een filterkoffieapparaat. Een model met een keurmerk van de Specialty Coffee Association, zoals de Moccamaster, haalt de juiste temperatuur en zettijd vanzelf, maar ook met een eenvoudig apparaat kom je ver.
- Papieren filters in de maat van je apparaat, verkrijgbaar in elke supermarkt.
- Gemalen filterkoffie of hele bonen met een molen. Bonen koop je bij een branderij, in de supermarkt of online.
- Een keukenweegschaal of een afgestreken maatschep.
- Vers koud kraanwater.
- Een thermoskan, als je apparaat een glazen kan op een warmhoudplaat heeft.
Wat een goed apparaat anders doet
De Specialty Coffee Association, de internationale vereniging van de specialtykoffiewereld, keurt koffiezetapparaten voor thuis volgens vaste eisen. Volgens een uitleg van Moccamaster over dat programma moet het water de koffie raken met een temperatuur tussen 92 en 96 graden. Bij een volle kan moet het water 4 tot 8 minuten met de koffie in contact zijn. Korter levert waterige, zurige koffie op, langer een bittere. En na het zetten moet de koffie minstens een half uur tussen 80 en 85 graden blijven, zonder dat het apparaat hem opnieuw verhit.
Die getallen verklaren meteen waarom koffie uit een goedkoop apparaat zo vaak tegenvalt. Haalt het water de 92 graden niet, dan lost er te weinig smaak op. Staat de kan een uur op een hete plaat, dan kookt de koffie langzaam in en wordt hij bitter en wrang. Een duur apparaat is dus geen voorwaarde, maar wel de reden dat sommige apparaten zonder moeite betere koffie zetten.
Zo zet je het
- Vers water in het reservoir. Gebruik koud kraanwater dat niet al uren in het apparaat staat. Water dat lang stilstaat smaakt vlak.
- Filter vouwen en spoelen. Vouw de naden van het papieren filter om zodat het netjes in de houder past. Spoel het eventueel even om met heet water, dan proef je geen papier.
- Koffie afmeten. Neem ongeveer 7 gram koffie per kopje van 125 milliliter, dat is een afgestreken schep. Voor een kan van een liter kom je dan rond de 55 gram uit. In ons stuk over hoeveel gram koffie per kopje staan de verhoudingen voor elke zetmethode.
- De juiste maling. Voor een filterapparaat wil je middelgrof maalsel, ongeveer zo fijn als kristalsuiker. Te fijn en het water loopt te traag door, te grof en het loopt er zo doorheen. Welke maling bij welke methode hoort, lees je in ons overzicht van de maalgraad.
- Koffie in het filter, apparaat aan. Schud het filter even zodat de koffie vlak ligt. Zo loopt het water gelijkmatig door het hele bed.
- Roeren en overgieten. Is het water erdoor, roer dan een keer in de kan. De eerste en de laatste koffie die eruit komen smaken verschillend, en zo meng je ze.
- Uit de warmhoudplaat. Schenk de koffie die je niet direct drinkt over in een thermoskan. Na een half uur op de plaat is hij al merkbaar bitterder.
Waar het thuis meestal misgaat
De meest gemaakte fout is te weinig koffie. Een schep minder om zuinig te zijn, levert precies de dunne koffie op waar mensen over klagen. Daarna komt oude koffie. Een pak gemalen koffie dat al weken open staat, heeft veel van zijn aroma verloren. Bewaar het goed afgesloten op een koele, donkere plek, en koop liever een kleiner pak. Over bewaren en de fout die experts het vaakst zien, schreven we eerder in waarom je koffie thuis slecht smaakt.
Een derde oorzaak is kalk. Een apparaat dat vol kalk zit, verwarmt het water minder goed en zet trager. Ontkalk het volgens de handleiding, bij hard water vaker. En ten slotte de bonen zelf. Een gewoon bakkie hoeft geen bijzondere koffie te zijn. Een goede middelbranding uit Brazilië of Colombia geeft precies de vertrouwde, ronde smaak die je zoekt.
Wie wil experimenteren kan later altijd met de hand gaan zetten. In ons stuk over filterkoffie met een V60 lees je hoe dat gaat. Maar voor een volle kan op zaterdagochtend is het filterapparaat nog altijd de makkelijkste weg naar een gewoon lekker bakkie, en dat ligt dichter bij huis dan bij de koffiebar.





