Specialtykoffie in Rotterdam: negen adressen voor goede bonen

Inhoudsopgave
Waar ze zelf branden
Bij een brander koop je verser en je kunt vragen naar de brandgraad en de branddatum. Dat laatste is het enige getal op een zak dat er echt toe doet.
- Man Met Bril Koffie. Koffiebar met een eigen branderij ernaast, inmiddels het bekendste Rotterdamse adres en op meerdere plekken in de stad te vinden. Je ziet er de productie draaien en dat maakt het gesprek over brandgraad een stuk concreter.
- Schot Coffee Roasters. Zit in het Diepeveen-gebouw uit 1929 tussen creatieve studio’s en roostert ter plekke. Rauwe plek, maar wel eentje waar ze de tijd nemen om uit te leggen wat er in de trommel gebeurt.
- Giraffe Coffee Roasters. Brandt sinds 2013 zelf en geeft daarnaast trainingen aan andere zaken. Dat laatste merk je aan hoe ze uitleggen, want ze zijn eraan gewend dat er iemand tegenover staat die het zelf moet kunnen.
- Ripsnorter. Specialtybar met een microbranderij erbij en een nuchtere aanpak. Kleine hoeveelheden, dus je koopt er zelden de zak die er vorige maand lag.
- Rob Clarijs Coffee. Zit aan de Van Nelleweg in Schiehal E. Clarijs won in 2019 de Coffee Masters in Londen, en dat is te merken aan het detailniveau van het advies.
Waar je goed advies krijgt zonder eigen trommel
Niet iedereen hoeft te branden om verstand van bonen te hebben. Deze zaken werken met branders die ze zelf hebben uitgezocht, en dat is vaak een prima ingang.
- Kuub Coffee. Tussen de Kubuswoningen, werkt met lokale branderijen en organiseert workshops. Goede plek om te vragen wat er deze maand goed loopt en waarom.
- Heilige Boontjes. Aan het Eendrachtsplein. Bekend om het leerwerktraject dat eronder zit, en ze verkopen hun eigen koffie.
- Santas Koffie. In de Vertrekhal Oranjelijn in het havengebied, een van de oudere namen in de stad.
- Kopi Soesoe. Op het Deliplein, met Indonesische invloeden zoals gecondenseerde melk en specerijen. Niet de plek voor een lichte filter, wel de plek om te begrijpen waarom donkerder branden in die traditie logisch is.
Wat je vraagt aan de bar
Met drie vragen haal je uit elk van deze adressen meer dan uit een half uur zoeken op internet.
- Wanneer is deze zak gebrand. Alles binnen drie weken is prima, alles zonder datum laat je staan.
- Waar is hij op afgestemd. Een brander weet of hij een koffie voor espresso of voor filter heeft neergezet, en dat scheelt je thuis een week klooien.
- Wat proef ik als ik het net iets te grof maal. Daar krijg je een concreet antwoord op, en dat antwoord is je ijkpunt als het thuis tegenvalt.
Vraag altijd om hele bonen, ook als het aanbod is om ze te malen. Zodra een zak gemalen is kun je niets meer bijsturen, en dan maakt het niet meer uit bij welke van deze negen je hem hebt gekocht. Welke maling bij jouw apparaat hoort staat in ons stuk over gemalen koffie voor de espressomachine, en voor de molen zelf hebben we een apart overzicht.
Eén zak tegelijk
De verleiding op zo’n rondje is om bij elk adres iets mee te nemen. Doe dat niet. Koffie gaat achteruit zodra de zak open is, en vier zakken tegelijk betekent dat er drie staan te verslechteren terwijl je de eerste opdrinkt. Koop er één van tweehonderdvijftig gram, drink hem in twee weken leeg en ga dan naar het volgende adres. Hoe je die zak in de tussentijd bewaart staat in hoe koffiebonen bewaren na het openen.





